Leren over dolfijnen: nieuwsgierigheid en angstige spanning

Ieder jaar wordt de wetenschap over zeezoogdieren uitgebreid. Kennis wordt internationaal uitgewisseld in verschillende fora en door middel van diverse media. Toch is er relatief weinig bekend over deze prachtige dieren en elke gelegenheid om ze te bestuderen en te onderzoeken wordt gretig aangegrepen. Vandaar dat, toen een dode Tuimelaar niet ver van Brest vandaan aan land spoelde, het voor experts een geweldige kans was om een obductie te doen op dit dier.

Het kadaver, een paar dagen oud, was naar de snijkamer van het Oceanopolis  overgebracht. Omdat één van onze eigen onderzoeksonderwerpen het onderzoek naar walvisachtigen (walvissen en dolfijnen) is, was dit ook voor ons een kans die wij op een gouden schaaltje kregen aangereikt. Net als de wetenschappers grijpen wij ook elke gelegenheid met beide handen aan. We waren heel blij dat wij toestemming kregen om de obductie te filmen en te fotograferen en om met Thierry Cambon, de dierenarts die de obductie deed, te spreken. Hoewel ik zeer geïnteresseerd was in de operatie en alles wat een obductie kan onthullen, moet ik toegeven dat ik toch een bepaalde angstige spanning voelde bij het vooruitzicht een prachtig dier open te zien snijden en zijn interne organen onderzocht te zien. Gelukkig ging het allemaal goed.

Gestrande dolfijnen zijn vrij algemeen in Bretagne. Sterke stroming en wind brengen regelmatig drijvende kadavers aan land. Ieder jaar spoelen een paar honderd Gewone Dolfijnen aan land, met een piek tussen eind januari en april. Zeldzaam is het echter dat een Tuimelaar aan land spoelt. Daarom moest Thierry Chambon dit onderzoeken. Hij werd geassisteerd door Christine en Jean-Marc, die ook aanwezig waren toen Mignon binnengebracht werd.

Na steriele beschermende kleding aangetrokken te hebben, moest eerst een uitwendige schouwing gedaan worden om algemene gegevens over de dolfijn te verzamelen. Het was een volwassen stier (mannetje), drie meter lang en duidelijk, zelfs voor onze onervaren ogen, te mager. Voor de rest waren er geen wonden of littekens van betekenis te ontdekken, die zijn dood tot gevolg hadden kunnen hebben.

Het werk begint
Ik had er nooit bij stilgestaan, maar een autopsie op een groot dier is zwaar lichamelijk werk. Gewapend met scalpels, messen, zagen, betonscharen en andere angstaanjagende instrumenten, gingen Thierry en Jean-Marc aan het werk en stonden weldra te baden in het zweet. De dolfijn lag op zijn linkerzij en er werd een ‘venster’ in de linkeronderbuik gesneden. De resulterende grote flap huid met vet werd teruggevouwen om zo de interne organen bloot te geven. 

De nieren waren de eerste grote organen die verwijderd werden en die gaven al duidelijk aan waar de dolfijn aan was overleden. De lever, maag en longen bevestigden de tekenen: parasieten en wormen. De nieren bevatten lucht, een abnormaal verschijnsel, terwijl de maag krioelde van wormen; de lever en de longen waren bedekt met kleine ronde balletjes: parasieten. In tegenstelling tot wat normaal is, werd geen voedsel gevonden in maag en darmen, dit wil zeggen dat de dolfijn zeker al een aantal dagen niet gegeten had. De uitkomst van dit onderzoek was dat de dolfijn geen weerstand meer had kunnen bieden aan de interne verwoesting door de wormen en parasieten, en dat hij zo verzwakt was dat hij niet meer had kunnen jagen. Zijn zeer dunne speklaag gaf aan dat hij op zijn vetreserves had geteerd totdat die eenvoudigweg opgebruikt waren. Om kort te gaan: hij werd ziek en is de hongerdood gestorven. Zijn dode lichaam is daarna door de harde wind en golven van de afgelopen dagen aan land gespoeld.

De dolfijn wordt geïdentificeerd
Later zullen in het laboratorium meer tests gedaan worden. Een aantal monsters, zoals huid, vet en bloed zijn afgenomen om DNA en ziektes te bepalen. Een stuk van de meloen (een vettige structuur aan de voorkant van de hersens van walvisachtigen, die gebruikt wordt voor echolocatie) is ook afgenomen. Dit schijnt een belangrijk punt te zijn om milieuvervuiling te onderzoeken. De rugvin is verwijderd en gefotografeerd. Omdat elke vin uniek is, kunnen de vinnen gebruikt worden om individuele dieren te identificeren. Dit mede aan de hand van het littekenpatroon en zeer specifieke afmetingen, zoals de afstand tussen de neusgaten en de basis van de vin, dat allemaal gebruikt wordt om individuele dieren te identificeren. Deze vin zal in databases opgezocht worden, waaronder de Europhlukes database om te zien of deze dolfijn deel uitmaakte van twee bekende groepen Tuimelaars die langs de kust van Bretagne leven, of dat hij misschien een voorbijkomende bezoeker was die hier op onfortuinlijke manier aan zijn eind is gekomen.

Nieuw commentaar posten

  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

Captcha
This question is used to make sure you are a human visitor and to prevent spam submissions.